Op de Grote Zaterdag, aan de vooravond van Pasen, leest de Orthodoxe Kerk in de Grote Vesper vijftien lezingen uit het Oude Testament: van het begin van het boek der Schepping tot het lied van de drie jongelingen in de vuuroven bij Daniël. Zij vertellen het Pascha vóór het Pascha – de schepping, de uittocht uit Egypte, Jona in de vis, Elia en Elisa die een dode opwekken, de profetieën van Jesaja over het nieuwe Jeruzalem – en bereiden de gemeente voor op de Opstanding. Dit boek bevat alle vijftien paremieën in de volgorde van de dienst, met de bijbehorende schriftverwijzingen.
De teksten zijn gebaseerd op een Nederlandse vertaling uit de Septuagint, de Griekse tekst van het Oude Testament die in de orthodoxe liturgie wordt gebruikt. Zij verschenen oorspronkelijk als twee afzonderlijke boekjes, gemaakt voor de eredienst in een Nederlandse orthodoxe parochie: het ene met de oneven, het andere met de even nummers. Voor deze uitgave zijn beide samengevoegd tot één doorlopend boek en is de spelling bijgewerkt naar de huidige normen; de liturgische tekst zelf is ongewijzigd gebleven.
Elke lezing draagt nog haar oorspronkelijke nummer, zodat bij een verkorte dienst alleen de oneven of alleen de even lezingen gebruikt kunnen worden. Het lied van de drie jongelingen uit het boek Daniël is voorzien van het refrein dat de gemeente meezingt. Een gebonden uitgave in handzaam formaat, bestemd voor gebruik tijdens de dienst en even goed te lezen door wie de dienst wil volgen of voorbereiden.

