Gratis verzending in de Benelux vanaf € 50
NL
Mijn account

Blog

De ladder van de Sinaï

Over De Geestelijke Ladder van de heilige Johannes Climacus

In het klooster van de heilige Katharina op de Sinaï bewaart men een ikoon uit de twaalfde eeuw die iedere monnik kent, ook wie haar nooit met eigen ogen heeft gezien. Een ladder staat schuin van de aarde naar de hemel. Monniken in donkere habijten klimmen omhoog; de bovenste heeft de laatste trede bijna bereikt, en Christus reikt hem de hand. Langs de ladder fladderen kleine zwarte gestalten met pijlen en touwen, en sommige klimmers vallen. In een hoek kijken engelen toe, en onderaan staat een groep monniken met opgeheven handen te bidden voor wie nog klimt.

Het is een nuchtere ikoon. Zij belooft niet dat het klimmen licht is. Maar zij laat ook zien dat niemand alleen klimt: onder aan de ladder wordt gebeden.

Een boek voor de broeders

De ikoon heeft haar onderwerp uit een boek. In de zevende eeuw schreef de heilige Johannes, abt van het klooster aan de voet van de berg waar Mozes de tafelen van de Wet ontving, een boek voor monniken. Een andere Johannes, de abt van Raïthoe aan de Rode Zee, had hem erom gevraagd. Het leven dat Daniël van Raïthoe over hem optekende, vertelt dat hij jong naar de Sinaï kwam, onder een oude monnik leerde gehoorzamen en vele jaren in afzondering leefde, voordat de broeders hem tot abt kozen. Hij schreef niet alleen uit boeken, maar vooral uit wat hij in zijn broeders en in zichzelf had zien gebeuren.

De schrijver noemde zijn boek een ladder, naar de ladder die de aartsvader Jakob in zijn droom zag, van de aarde tot aan de hemel, waarlangs engelen opstegen en neerdaalden. Het telt dertig treden, zoveel als de jaren van de Heer toen Hij Zich in de Jordaan liet dopen. Sindsdien heet de schrijver in de Kerk Johannes van de Ladder, Johannes Climacus.

Van beneden naar boven

De ladder begint beneden, waar ieder van ons staat. De eerste treden heten verzaking, onthechting, vreemdelingschap, gehoorzaamheid, berouw, de gedachtenis aan de dood en de rouw. Het zijn de treden van het begin, en Johannes verzwijgt niet dat het begin zwaar is. Het berouw noemt hij de vernieuwing van de doop. Op die trede beschrijft hij een klooster bij Alexandrië dat men ‘de Gevangenis’ noemde, waar monniken die gevallen waren dag en nacht hun zonden beweenden. Hij bezocht het en schreef op wat hij zag, zonder iets te verzachten, en toch spreekt er hoop uit: niemand is zo diep gevallen dat hij niet kan opstaan. De rouw noemt hij een droefheid die vreugde brengt.

Daarna komen de hartstochten, beschreven zoals een arts ziekten beschrijft die hij heeft zien verlopen: de toorn en de wrok, het kwaadspreken en de praatzucht, de leugen, de lusteloosheid, de vraatzucht, de onkuisheid, de geldzucht, de ijdelheid en de hoogmoed. Johannes kent ze van binnenuit. Van de praatzucht zegt hij dat zij de troon is waarop de ijdelheid graag zit. Wie zulke zinnen leest, voelt zich betrapt, en dat is de bedoeling: wie de hartstochten zo beschreven ziet, leert zichzelf kennen.

Pas dan gaat de weg verder omhoog, naar de zachtmoedigheid, de eenvoud en de nederigheid, naar de onderscheiding, de stilte en het gebed, naar de hartstochtloosheid, en ten slotte naar wat boven alles staat: geloof, hoop en liefde, ‘maar de grootste daarvan is de liefde’. Over het gebed schrijft Johannes dat men er niet veel woorden voor nodig heeft: één woord van de tollenaar stemde God genadig, en één kreet van geloof redde de rover aan het kruis. Over de stilte: ‘Laat de gedachtenis aan Jezus één worden met uw adem, dan zult u de waarde van de stilte kennen.’ En van de liefde zegt hij dat zij naar haar aard gelijkenis met God is, voor zover een mens dat kan.

Ook voor wie in de wereld leeft

Johannes schreef voor monniken, maar de Kerk heeft zijn boek nooit voor de kloosters alleen bewaard. In de Grote Vasten wordt het veel gelezen, in de kloosters en in de huizen van de gelovigen, en de vierde zondag van de Vasten is aan hem gewijd. Dat ook anderen dan monniken met zijn vragen kwamen, wist hij. Op de eerste trede vertelt hij van mensen in de wereld die hem vroegen hoe ook zij, getrouwd en met zorgen beladen, dat leven konden navolgen. Hij antwoordde ongeveer zo: doe al het goede dat u kunt, spreek van niemand kwaad, besteel niemand, lieg niet, kijk op niemand neer en draag geen haat mee, blijf niet weg uit de kerk, wees barmhartig voor wie gebrek lijdt, en u zult niet ver zijn van het Koninkrijk der hemelen.

Het is dezelfde ladder, op een andere plaats neergezet: in een keuken, op een kantoor, aan het bed van een ziek kind.

Hoe men het leest

Wie dit boek opslaat, verwacht misschien een verhandeling over hoge geestelijke staten. Hij vindt een vader die weet hoe mensen vallen en weer opstaan. ‘Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valt’, schreef de apostel, en Johannes zegt het hem op vele bladzijden na. De ladder is geen ranglijst. Wie gaat tellen op welke trede hij zelf staat, of op welke de ander staat, is al gevallen. Men beklimt haar alleen met nederigheid, en nederigheid leert men meestal onderaan.

Daarom leest men De Geestelijke Ladder langzaam: één trede per dag, soms één zin per week. Men leest het om ernaar te leven. Velen nemen het in de Grote Vasten ter hand, omdat de Kerk de heilige Johannes in die weken gedenkt, en beginnen gewoon bij de eerste trede. Wie een geestelijke vader heeft, doet er goed aan het met hem te lezen; wat Johannes over de gehoorzaamheid schrijft, is ook een raad aan de lezer van zijn eigen boek.

Aan het einde, na alle waarschuwingen, schrijft Johannes geen strenge regel maar een uitnodiging: ‘Klim op, broeders, klim op met vurigheid.’ Hij voegt er de woorden van de profeet aan toe: ‘Kom, laten wij opgaan naar de berg van de Heer.’ Die uitnodiging is na bijna veertien eeuwen niet verouderd. Zij geldt ook voor wie in Amsterdam woont of in Gent.

Over het boek

De Geestelijke Ladder verschijnt bij ons in de vertaling uit het Grieks van Paul Gilis, die het werk van pater Christofoor Wagenaar voortzette. De vertaling kwam in 2002 uit bij de Abdij Bethlehem in Bonheiden en is nu, met toestemming van de abdij, opnieuw gezet en uitgegeven. Behalve de dertig treden bevat het boek het leven van de heilige Johannes zoals Daniël van Raïthoe het optekende, een inleiding van de vertaler over het boek, zijn bronnen en zijn opbouw, de brief Aan de herder, bedoeld voor wie anderen geestelijk begeleidt, en bij iedere trede noten met de Griekse kernwoorden waar het Nederlands tekortschiet. Het is verkrijgbaar gebonden en als paperback.

Boeken bij dit artikel

Verder lezen